30%-regeling

Geen voortzetting van de 30%-regeling bij te late indiensttreding

Geen voortzetting van de 30%-regeling bij te late indiensttreding: strikte toepassing van de driemaandstermijn

De rechtbank Noord-Holland heeft opnieuw bevestigd dat de 30%-regeling alleen kan worden voortgezet wanneer een werknemer binnen drie maanden na het einde van zijn dienstverband een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit. In deze zaak verloor een expat zijn recht op de 30%-regeling, omdat de nieuwe arbeidsovereenkomst te laat tot stand kwam. De vertraging lag buiten zijn schuld, maar dat verandert niets aan de strikte toepassing van de regels rondom de 30%-regeling.

Feiten en tijdlijn

De werknemer beschikte over een geldige beschikking voor de 30%-regeling van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2026. Zijn dienstverband eindigde op 1 november 2022. Twee dagen later startte hij een sollicitatieprocedure bij een nieuwe werkgever. Door interne vertragingen bij die werkgever — waaronder het afwachten van een andere kandidaat — werd de procedure steeds uitgesteld. Pas op 16 februari 2023 werd een arbeidsovereenkomst aangeboden, met indiensttreding per 1 maart 2023.

De werknemer en de nieuwe werkgever vroegen vervolgens om voortzetting van de 30%-regeling, maar de Belastingdienst wees dit af omdat de periode tussen beide dienstverbanden langer dan drie maanden was. Daarmee voldeed de werknemer niet meer aan de voorwaarden voor voortzetting van de 30%-regeling.

Waarom de 3-maandstermijn cruciaal is voor de 30%-regeling

De 30%-regeling bevat een specifieke bepaling voor werknemers die tijdens de looptijd van hun beschikking van werkgever wisselen. Volgens artikel 10ed UBLB mag de 30%-regeling worden voortgezet als:

• de werknemer binnen drie maanden na het einde van het vorige dienstverband een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit, en
• de werknemer nog steeds beschikt over schaarse specifieke deskundigheid.
De wetgever koppelt deze termijn direct aan de beoordeling van schaarste. Wie er langer dan drie maanden over doet om een nieuwe baan te vinden, wordt geacht niet langer schaars te zijn. Daarmee vervalt automatisch het recht op voortzetting van de 30%-regeling.

‘De vertraging lag niet aan mij’

De werknemer stelde dat hij geen invloed had op de vertraging en dat de overschrijding van de driemaandstermijn hem niet kon worden aangerekend. De rechtbank erkent dat de werknemer geen verwijt treft, maar benadrukt dat de 30%-regeling een objectieve termijn kent. De omstandigheden van het geval spelen geen rol: zodra de drie maanden zijn verstreken, vervalt de mogelijkheid tot voortzetting van de 30%-regeling.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat:
• de driemaandstermijn voor de 30%-regeling strikt en objectief is;
• de overschrijding automatisch betekent dat de werknemer niet langer als schaars wordt beschouwd;
• het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet slaagt, omdat de wetgever bewust voor een harde grens heeft gekozen;
• de Belastingdienst het verzoek om voortzetting van de 30%-regeling terecht heeft afgewezen.

Praktische aanbevelingen om de 30%-regeling vast te stellen

• Leg een aanbod schriftelijk vast binnen drie maanden, ook als de startdatum later ligt.
• Overweeg een tijdelijke arbeidsovereenkomst als de procedure langer duurt dan verwacht, zodat de 30%-regeling behouden blijft.

ECLI:NL:RBNHO:2025:6933

 

Uitgelicht

Scroll naar boven